Waarom de e-reader een rampzalige uitvinding is

Lange tijd konden we doen alsof we er niets mee te maken hadden. Behalve filmpjes op internet en een paar nerds in Nederland die er al een bezaten, hadden we niet zoveel met de e-reader van doen. In 2011 vond een omslag plaats. Sindsdien moet iedereen er opeens één hebben. E-books zijn de nieuwe boeken, en iedereen die ook maar een beetje hip is schaft zo’n ding aan. Eind vorig jaar werd bekend dat de grootste aanbieder van e-readers en e-books ter wereld, Amazon, de Nederlandse markt wil gaan veroveren. De mensen van Amazon verwachten blijkbaar dat er nog veel meer Nederlanders zijn die op een e-book over zullen gaan. In het nu volgende stukje tekst wordt haarfijn uitgelegd waarom de e-reader een rampzalige uitvinding is, en dus verboden moet worden.

Vanzelfsprekend heeft een e-book heel veel voordelen. In plaats van negen of tien kun je twintigduizend boeken meenemen op vakantie. Als je het ene boek niet leuk vindt, verwijder je hem gewoon even, en begin je aan een andere. Toch genoeg keus. Dit lijkt akelig veel op de ontwikkelingen in de muziekwereld. In de tijd van de langspeelplaten had muziek nog veel waarde. Je stond in de rij voor de platenzaak voor de nieuwste lp van de Beatles. Tegenwoordig heeft iedereen zijn iPod volgegooid met duizenden mp3-tjes, en heeft muziek als mp3-tje weinig waarde meer. Deze ontwikkeling gaat zich waarschijnlijk ook op de boekenmarkt voordoen. Boeken verliezen hun waarde. De grootste literaire werken van Machiavelli en Nietzsche verworden tot een digitaal bestandje.

Digitale bestandjes zijn te downloaden. En als iets te downloaden is, gaan we er natuurlijk niet voor betalen. Want waarom betalen als het ook gratis kan? De uitgebreide campagnes van Stichting Brein tegen illegale downloadsites hebben weinig succes: voor iedere geblokkeerde site verschijnen er tien nieuwe. Net als muziek, zullen veel mensen hun boeken illegaal van internet halen. Uiteraard blijven er altijd mensen bestaan die netjes voor hun boeken zullen betalen, ook al betalen ze voor een digitaal bestandje.

Deze ontwikkeling gaat er onvermijdelijk toe leiden dat er heel veel uitgevers failliet gaan, en er dus veel minder mooie boeken gepubliceerd kunnen worden. Uitgevers geven alleen nog maar boeken uit waarvan ze verwachten dat het bestsellers gaan worden. En wees eerlijk, dat zijn niet altijd de allerbeste boeken. E-books maken mij bang voor de toekomst, over tien of twintig jaar. Ik zie lege bibliotheken. Ik zie lege boekenkasten met alleen rijtje e-readers in de hoek. De prestaties van Johannes Gutenberg op het gebied van de boekdrukkunst zijn allemaal nutteloos geweest.

Ik kan nog wel duizend argumenten tegen de e-reader noemen. Jammer genoeg kan ik er geen één bedenken om deze uitvinding te verbieden. Uitvindingen hebben nu eenmaal hun tijd nodig, je went er wel aan. Het wiel werd door de jagers en verzamelaars ook vast niet meteen met open armen ontvangen. De stoomtrein werd bij zijn eerste verschijning als een gevaarlijk monster gezien, terwijl er nu elke dag zes miljoen Nederlanders in rondreizen. De mp3-speler werd door de muziekindustrie misschien een onding gevonden, maar iedereen heeft er nu één. De één zijn dood, is nu eenmaal de ander zijn brood. De trekschuitmaatschappij ging ook failliet toen de trein het helemaal werd. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.

Velen zullen zich overgeven aan het fenomeen en een e-reader aanschaffen. Over twintig jaar koopt bijna niemand meer boeken. Ik wel, als dat nog kan tenminste. Ik weiger hier in mee te gaan. Ik zie het dikke blauwe mannetje van bol.com mij al heel hard uitlachen met mijn ouderwetse boeken en mijn ouderwetse boekenkast. Het interesseert me niets. Dan ben ik maar een zielig figuur dat is blijven hangen in een nostalgisch verleden. Literatuur van een scherm is als  André Rieu in het concertgebouw; een verfoeilijke combinatie. Nee, een elektrisch boek komt er bij mij niet in.

Wat je van homoseksualiteit vindt, mag je zelf weten

Aryeh Ralbag is ontslagen. Voorlopig mag hij zich geen rabbijn meer noemen. Reden van ontslag is een verklaring die hij ondertekend heeft. In deze verklaring staat dat homoseksuelen in therapie zouden kunnen gaan. Het dagelijks bestuur van de Joodse Gemeente in Amsterdam vond deze verklaring te ver gaan, en besloot de rabbijn te schorsen. Tot zover is er niets aan de hand. De mening van het bestuur van de Joodse gemeente komt niet overeen met die van rabbijn Ralbag, en de twee gaan uit elkaar. Een interne kwestie. Een klein krantenberichtje op de binnenlandpagina’s zou volstaan.

Niets is echter minder waar. Vanaf het moment dat dit bericht wereldkundig wordt gemaakt buitelen de media over elkaar heen. Alles en iedereen heeft er opeens een mening over. Meerdere grote kranten besluiten dat het nieuws over de rabbijn op de voorpagina moet. De dagen erop staan er paginagrote opiniestukken in de Volkskrant over de kwestie. Iedereen roept om het hardst dat deze rabbijn een volslagen idioot is. En dat het belachelijk is dat er iemand bestaat die vindt dat homoseksualiteit een ziekte is. Iedereen roept om het hardst dat homoseksualiteit geen ziekte is. Dat is nu eenmaal zo. Het is de gangbare mening. En wie daar vanaf wijkt spoort niet helemaal.

Ook vanuit Den Haag zijn de reacties niet van de lucht. Het nieuws over de rabbijn is nog niet vers van de pers of minister Schippers mengt zich in de strijd. Bepaalde zorgverzekeraars zouden een therapie vergoeden die erop gericht is iemand van homoseksualiteit af te helpen. Schippers laat de NOS weten dat deze vergoeding onmiddellijk afgelopen moet zijn. D66 noemt de therapie ‘idioot’ en ‘schadelijk’. De D66 heeft destijds als regeringspartij zelf aan de wieg gestaan van de legalisering van het homohuwelijk. Homo’s moesten vrij zijn om te trouwen. Dat was tolerantie. Blijkbaar kunnen ze het niet hebben dat er nu iemand is die dat anders ziet.

Het gaat hier niet om de vraag of deze therapie wel of niet vergoed moet worden. Het gaat hier ook niet om de vraag of homoseksualiteit al dan niet een ziekte is. Het gaat hier om de felheid waarmee dit debat wordt gevoerd. Waarom altijd zo overdreven heftig reageren als iemand zijn mening over homoseksualiteit uit?

Nederland wordt vaak als tolerant gezien, als een land waar alles kan en alles mag. Tot op zekere hoogte is dat misschien ook zo. Nederland is één van de meest vooruitstrevende landen als het gaat om wetgeving aangaande abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Deze drie zaken moet iedereen gewoon accepteren, en als hij of zij dat niet doet staat het land op zijn kop. Rabbijn Ralbag wordt intolerantie verweten. Ik vraag me af wat er hier intolerant is. Homoseksualiteit als een ziekte zien, of iemand die homoseksualiteit als een ziekte ziet als een achterlijke en bekrompen figuur in een hoekje zetten.

Het is niet per definitie een slechte zaak dat Nederland als tolerant land bekend staat. Tolerantie is alleen een begrip dat nogal wat conflictsituaties kan oproepen, zoals in dit geval. Natuurlijk mogen homo’s niet gediscrimineerd worden, maar over homoseksualiteit mag iedereen vinden wat hij zelf wil. Als de één het de normaalste zaak van de wereld vindt dat homo’s met elkaar trouwen, mag de ander net zo goed homoseksualiteit als een ziekte te bestempelen. Daar heeft hij het volste recht op. Dat is tolerantie. En niet het overdreven debat dat in de media en de politiek is losgebarsten over deze rabbijn. Dat is niet alleen intolerant, maar ook kinderachtig.

Het verrotte onderwijs stelsel (Gastblog)

Door Jelle Pals

De agenda van Frans Meijers staat volgeboekt. Hij legt de problemen binnen het beroepsonderwijs op pijnlijke wijze bloot. De maatschappij is in sneltreinvaart aan het veranderen, maar de onderwijsvisie is al een eeuw oud. Levert het onderwijs wel wat nodig is? Wat is er mis met het huidige onderwijsstelsel?  Hoe moet het onderwijssysteem veranderen? En wat zijn de gevolgen van deze veranderingen?

Onderwijsinstellingen schreeuwen hard van de daken.  HU: “We leiden hoogwaardige professionals op en werken daarnaast, door ondernemerschap en kennisontwikkeling, aan de innovatie van de beroepspraktijk.” En als kers op de taart krijg je ook nog een diploma.  Dit lijkt natuurlijk leuk, maar veranderingen in onze samenleving  zorgen ervoor dat het onderwijs drastisch moet veranderen.

De samenleving verandert

Onze samenleving is aan het individualiseren. In de jaren 60/70 was het wel duidelijk welke kant je toekomst op zou gaan. Door de verzuiling werd je veel keuzevrijheid ontnomen. Het stond eigenlijk al vanaf je geboorte vast hoe je leven er globaal uit zou gaan zien. En je werd dus opgeleid voor het hokje waar je in zou moeten passen.

Tegenwoordig mogen studenten zelf kiezen wat ze gaan doen. Als studenten van de middelbare school afkomen moeten ze al een keuze maken voor hun toekomst.

Ook onze economie verandert. We gaan van een industriële economie over op een diensteneconomie.  Dat betekent dus dat het beroepenveld veranderd. Minder lopendebandwerk, meer denkwerk dus.   Ongeveer 70% van de Nederlandse arbeidmarkt werkt in de dienstensector.

Het onderwijs

Tot zo ver de praktijk. Ik ga het hebben over het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs. Er zijn twee basisvoorwaarden waar het traditionele onderwijs aan moet voldoen, aldus Frans Meijers.

-  Eerst de theorie, dan de ervaring

-  Eerst simpele situaties en daarna pas complexe situaties

Deze twee kernwaarden zijn typerend voor het onderwijs zoals deze al een eeuw wordt uitgevoerd.

Het probleem

En dit is nu het grote probleem. Deze beweringen passen niet meer in het huidige onderwijsstelsel.  Het moderne onderwijs moet deze beweringen juist omdraaien. Eerst de ervaring en daarna de theorie. Eerst complexe en daarna simpele situaties. De belangrijke leermomenten in een leven ontstaan toch juist in de praktijk? Denk bijvoorbeeld eens aan de partnerkeuze. Het zou toch raar zijn als dit zou beginnen met eerst een paar jaar theorie?  Dat is toch ook een leerproces?

Ook de keuzes waar studenten voor staan zijn lastig. Is dit wel de juiste opleiding voor mij? Studenten veranderen dan ook regelmatig van opleiding. Kennis is tegenwoordig voor bijna alle beroepen essentieel.

Toetsen

Studenten leren vaak voor hun toetsen en niet voor hun beroep.  Frans Meijers vertelt over een onderzoek naar het nut van een toets.  Er is een test gedaan naar de houdbaarheid van kennis die is geleerd voor een toets. Studenten die de toets met een voldoende hebben afgerond zijn niet in staat om exact dezelfde toets 3 weken later ook weer met een voldoende af te sluiten. De kennis wordt  simpelweg weer verdwijnt omdat deze enkel werd gebruikt voor een toets. De hersenen zullen deze informatie na de toets grotendeels weer afstoten. Deze informatie is immers toch niet meer nodig? De toets is toch al voldoende afgerond?

Hoe het wel moet

Docenten moeten een leeromgeving creëren die de student uitnodigt om te ontwikkelen.  De student moet intrinsieke motivatie ontwikkelen.  Volgens Frans Meijers zijn er 3 belangrijke zaken die nodig zijn:

  1. De leeromgeving moet praktijkgestuurd zijn.   Eerst de ervaring en daarna pas de theorie.
  2. Er moet dialoog zijn. Studenten moeten kunnen vragen aan anderen wat bij ze past. Dat leren ze juist door middel van de dialoog.
  3. Als studenten meer zicht krijgen op wat ze precies willen, dan kunnen  ze keuzes gaan maken. Die vrijheid moet worden geboden.  Een leerling moet dan ook medezeggenschap hebben in zijn opleiding.

Nu is er een test gedaan met BPV(stage) gesprekken door Frans Meijers.  In de gesprekken wordt 65% tegen student gesproken. 21% over de student. En 9% met de student.  Het gesprek is dus overwegend monologisch. Dit komt omdat docenten geen ervaring hebben in de praktijk. Ze kunnen de student niet helpen met praktijkgerichte zaken.

Het is belangrijk dat de student begint bij complexe leersituaties. Uit deze situaties ontstaan leervragen die de docent kan behandelen in het theoretische gedeelte. Alleen complexe situaties nodigen uit om te ontwikkelen. Deze zijn spannend en uitdagend!

Ook moeten docenten meer binding hebben met het bedrijfsleven. Zo kunnen ze de student echt bijbrengen wat de beroepspraktijk van hen vraagt. Vakbekwaamheid valt niet binnen competenties te vatten. In een bedrijf verandert de klantvraag en de technologie enorm snel en de docent moet hiervan op de hoogte zijn.

Slot

Voor meer informatie over deze visie, klik op onderstaande link.

http://www.leraar24.nl/video/2683

Het is een presentatie van Frans Meijers over dit onderwerp. Ik ben ervan overtuigd dat het onderwijsstelsel  moet veranderen om goed en passend onderwijs te kunnen blijven leveren. Er zijn al scholen wat waarbij er wordt gewerkt met praktijkgerichte situaties. Ik hoop dat deze levensechte praktijksituaties zullen bijdragen aan betere beroepsprofessionals.  De ontwikkeling gaat dus de goede kant op.  Laten we hopen dat deze ontwikkelingen doorzetten en op deze manier echte beroepsprofessionals  worden geboren. We hebben daar per slot van rekening recht op als belastingbetaler!

Betrokken bezoekers

Het overkomt iedereen wel eens. Na uren achtereen zwoegen achter een laptop is de concentratie op een gegeven moment gewoon op. Zo nu en dan heeft een mens even wat afleiding nodig. Veertien koffie is wel genoeg voor vandaag, dus naar het koffieautomaat ga je niet. Bij gebrek aan inspiratie ga je een beetje over het internet rondzwerven. Al dolend komt een mens de meest geweldige dingen tegen. Zo kwam ik onlangs, vraag me niet hoe, terecht op de website van de Telegraaf.

En dat is absoluut geen straf. De journalisten van de Telegraaf weten overal de meest interessante nieuwtjes vandaan te halen. De titels spreken boekdelen: ‘bijtgrage vrouw ingerekend’, ‘man masturbeert in file’ en ‘consternatie om theedoek’. Je vraagt je toch af waar die journalisten dat altijd weer vandaan halen. Maar het mooist aan de website van de Telegraaf zijn niet de nieuwsberichten zelf, maar de reacties van bezoekers onder de nieuwsberichten.

Een voorbeeld. Onlangs meldde een nieuwsbericht dat de Raad van State ernstige twijfels heeft bij het nog in te voeren boerkaverbod. De RvS vraagt zich in een advies af of de invoering ervan niet in strijd is met de godsdienstvrijheid. Remco uit Rotterdam denkt er het zijne van.

‘Raad van Staten ? Heb die ook iets te vertellen dan, opheffen die handel we hebben al genoeg mensen die denken dat ze alles kunnen beslissen !’

Henk uit Tilburg ziet de bui al hangen.

‘Wacht maar tot de SP aan de macht is. Dan is Nederland voor de allochtonen en wordt e.e.a. voortaan bepaald door de Islamitische wetten. hahahaha!’

Zou dit de wederhelft van Ingrid zijn? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Henk past in ieder geval in een trend. Afgelopen zomer werd bekend dat Telegraaf.nl de meest betrokken bezoekers heeft. Dit betekent dat bezoekers het langst op de website van de Telegraaf blijven hangen, gemiddeld vier minuten. Daarmee eindigde de Telegraaf boven websites als Nu.nl en Volkskrant.nl. Gebrek aan betrokkenheid kan de bezoekers zeker niet verweten worden. Zij laten hun deskundige mening schijnen over de meest uiteenlopende zaken.

Bijvoorbeeld over de Partij van de Arbeid. De website berichtte deze week over PVDA-kamerlid Frans Timmermans, die een belangrijke Europese topfunctie misliep. Erg jammer voor hem. Een pracht van een functie aan je neus voorbij zien gaan is nooit erg leuk. Maar helaas, de bezoekers van Telegraaf.nl hebben geen greintje medelijden met hem. Meneer Jansen uit Almere ziet een verband.

‘Stelt in Nederland zelfs niets meer voor deze partij pvda,willen ze nu zelfs topfunctie’s,binnenhalen in europa,het moet echt niet gekker worden met dit stelletje pvda graaiers.’

Een bezoeker uit Utrecht grijpt het bericht aan om eens even uit te leggen hoe het ook al weer zat met die economische crisis.

‘..en ik ben omhooggevallen ambtenaren zat die ons veel kosten maar niets opleveren…de crisis begon bij bestuurders die zichzelf verrijken maar in werkelijkheid slapende waren en wijn zaten te drinken, elkaar leuke baantjes toespeelden. Als het schip zinkt vertrekken bestuurders altijd als eerste om aan de zijlijn te gaan schreeuwen wat het volk moet doen om daarna zelf weer op het pluche te kunnen gaan zitten. Bah…bah…’

Al grasduinend door al deze reacties vroeg ik me af waarom deze bezoekers nooit uitgenodigd worden voor De Wereld Draait Door of Pauw en Witteman. Zulke scherpe analyses kom je toch zelden tegen? Ik ben in ieder geval overtuigd. Het moet maar eens afgelopen zijn met die hoge heren in Den Haag. Word toch eens wakker Nederland!

De wet van de remmende voorsprong

In het tweede jaar van mijn studie geschiedenis volgde ik het vak Wereldgeschiedenis. Het doel van dit vak was, zo werd ons verteld, een andere visie op de wereld te ontwikkelen. De meeste geschiedenisvakken die op de universiteit aangeboden werden, gingen over Westerse landen, Europa en Noord-Amerika. We moesten maar eens buiten het Westen kijken, want daar gebeurde het. China was altijd al de grootmacht in de wereld geweest. De industriële revolutie heeft het Westen voor eventjes koploper gemaakt, maar nu maken we weer plaats maken voor China.

Er wordt weleens gezegd dat de ontwikkelingen in de geschiedwetenschap achter het nieuws aan hobbelen. Dat is ook nu het geval. Al jaren lang berichten de media over de opkomst van China ten koste van de andere grootmachten in de wereld. De Verenigde Staten verdrinken langzamerhand in hun eigen schulden, en China gaat de macht overnemen. De Chinese economie groeit volgens de berichtgeving zo hard, dat China binnen tien, twintig jaar de grootste economie ter wereld is. Eén van mijn docenten, Arend Jan Boekestijn raadde iedereen met klem aan Mandarijn te gaan leren. ‘Want dat is de toekomst!’

Dat China de toekomst is, daar lijkt iedereen wel van overtuigd. Binnen een jaar of tien is het gedaan met ons. We hebben allemaal ons geld op een Chinese bank staan en Mao staat op onze Eurobiljetten. We eten allemaal hond met stokjes. Ook is de NAVO opgeheven en we zijn allemaal lid van de Chinese Communistische Verdrags Organisatie.

Zo’n vaart loopt het hoogstwaarschijnlijk niet. Hints in deze richting worden echter wel regelmatig gemaakt. China gaat het helemaal worden. De Chinese economie is niet voor niets de snelst groeiende ter wereld. Wij houden echter zo van succesverhalen dat we de realiteit nogal eens uit het oog verliezen. Wanneer je als kind te snel groeit krijg je overal pijntjes. Normaal gesproken past je lichaam zich na verloop van tijd aan. Normaalgesproken. Maar China groeit zo hard en zo snel, dat deze groeipijntjes China wel eens fataal kunnen worden.

Studenten fietsen door een industriegebied in Shantou, Zuid-Oost China

Neem bijvoorbeeld het klimaat. China is het land met de hoogste uitstoot van koolstofdioxide. Waar het beleid in veel Westerse landen toegespitst is op een steeds lagere CO2 uitstoot, lijken in China de vervuilingen alleen maar erger te worden. Vergiftigde rivieren, vieze lucht en veel te weinig schone energie maken op korte termijn geen economie kapot. Maar op den duur gaan deze problemen China opbreken. Natuurlijk wordt het ene na het andere windmolenpark uit de grond gestampt. Maar dit is slechts een druppel op een gloeiende plaat die alleen maar heter en heter wordt.

Niet alleen klimatologisch beginnen de gevolgen van de Chinese groeispurt zich af  te tekenen. Op wetenschappelijk gebied loopt China hopeloos achter. Er studeren weliswaar miljoenen studenten per jaar af aan één van de vele Chinese universiteiten, maar het is nog de vraag of al deze studenten ook evenveel capaciteiten hebben als degenen die in Europa of de Verenigde Staten gestudeerd hebben. In De Groene Amsterdammer stond onlangs een artikel met dezelfde inslag. Daarin wordt gesteld dat het onderwijssysteem in China – ook aan de universiteit – nog altijd op het confucianisme gebaseerd is. Leerlingen moeten dingen uit hun hoofd leren en veel gezag voor de docent tonen. Creativiteit en eigen ideeën komen zelden van de grond, zo betoogt journalist Jan van der Putten.

Dat creativiteit in China op een laag pitje staat komt niet alleen door het confucianistische onderwijssysteem, maar heeft ook te maken met het beleid van de Chinese overheid. Dit beleid is niet gebaseerd op het kapitalisme, zoals in alle Westerse landen het geval is, maar op het communisme. Welk systeem er beter is, is hier niet aan de orde. De Chinese overheid houdt de touwtjes van de economie in ieder geval strak in handen. Dit planmatige beleid biedt geen ruimte aan creatieve ideeën vanuit ondernemers en bedrijven. Internetvrijheid is een illusie in China. Dat het land op basis van communistische standpunten de mensenrechten schendt, is blijkbaar geen drempel voor het Westen om in de Chinese economie te investeren. Maar de communistische regie over de economie kan zich in de toekomst zeker tegen China gaan keren.

Alles lijkt China tot nog toe voor de wind te gaan. Westerse bedrijven vestigen zich er op grote schaal. Ook financiert China al een gedeelte van onze Eurocrisis. Maar schijn bedriegt. China gaat zichzelf tegenkomen. Confusius, Mao en een vervuilende industrie van hier tot Peking zullen van China zeker niet het beste jongetje van de klas maken.

Een pluimpje voor de NS

Ik stond gisteren op de trein te wachten toen een onheilspellend bericht door de speakers klonk. ‘Dames en heren, wegens logistieke problemen kan de intercity naar Alkmaar vandaag helaas niet rijden. Onze excuses voor het ongemak.’ Ik word er helemaal chagrijnig van. Waarom kan de NS nou nooit eens een keer op tijd rijden. Ze krijgen er toch voor betaald? En een plaszak? Ha-ha-ha, welke randdebiel heeft dat nu weer verzonnen!

Tot zover een voorspelbaar begin van een willekeurige blog over de NS. De NS zijn zelden positief in het nieuws. Van alle bedrijven krijgt de NS verreweg de meeste kritiek te verduren. Als mensen het over de NS hebben gaat het dikwijls alleen maar over vertragingen, vertragingen en vertragingen. Wij Nederlanders vinden het doorgaans erg leuk om overal over te klagen. De NS is daarbij steevast het meest populaire onderwerp. Is dit wel terecht?

Even een paar feitjes. In 2009 berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek dat Nederland het drukste spoorwegnet van Europa heeft. Op mondiaal niveau staan we derde. Na Zwitserland en Japan wordt de Nederlandse rails het meest intensief gebruikt. Per dag vinden er in ons kleine landje 4800 treinritten plaats. In deze treinen zitten elke dag maar liefst 1.1 miljoen mensen, wat betekent dat iedere dag 6% van de Nederlandse bevolking door de NS naar hun bestemming gebracht wordt. Dit is een enorme logistieke operatie waarbij van alles fout kan gaan. Een verschrikkelijk ingewikkelde planning moet ervoor zorgen dat deze onderneming niet iedere dag in het honderd loopt. Onlangs – 9 januari – werd bekend dat in 2011 meer dan 94 procent van deze treinen ‘op tijd’ gereden hadden. Op tijd betekent hier dat deze treinen minder dan 5 minuten vertraging hadden. Een snelle rekensom leert dat dit geldt voor gemiddeld meer dan 4500 treinen per dag.

Een beetje begrip voor deze prestaties zou daarom op zijn plaats zijn. Maar niets is minder waar. De NS is altijd en overal onderwerp van gesprek als er iets te klagen valt. Waarom kijken wij alleen maar naar de 5 procent waar het niet goed gaat, en niet naar de 95 procent van de treinen die wel op tijd rijden? Het antwoord is mij een raadsel. Wie het weet mag het zeggen.

Toegeven, er is ook van alles aan te merken op de NS. Treinen komen weleens om de meest onverklaarbare redenen niet opdagen. Ook hebben de NS-medewerkers duidelijk geen opleiding communicatie genoten. Probleem is dat deze mankementen door de klagende reiziger zo uitvergroot worden, dat de NS nu een imago heeft dat niet onder doet voor dat van Icesave. Je zou haast vergeten dat er ook nog dingen goed gaan op het Nederlandse spoor. Daarom is het hoog tijd voor een ander beeld. Er zijn ook treinen die wel rijden, ook al zou je dat haast niet geloven. Er bestaan ook begripvolle conducteurs. Maar helaas, klagen over de NS is veel te populair. Voor wie de boodschap nog niet helemaal begrepen heeft, deze blog is een oproep aan klagende reizigers: een beetje begrip hebben mag best, begrip voor de NS is geen doodzonde. Deze blog is overigens niet gesponsord door de NS, hoewel alle klagers dat nu waarschijnlijk wel zullen denken.

Onbegrijpelijk

Geschiedenis is geen stoffige kast vol stoffige boeken. Hoewel we het vaak niet beseffen, wordt ons dagelijks leven voor een groot deel bepaald door gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het verleden. Politieke en maatschappelijke opvattingen vinden hun oorsprong in de geschiedenis. Het probleem is dat dit verleden door iedereen op een andere manier gebruikt wordt. Veel huidige ideeën en symbolen  zijn niet gebaseerd op het verleden, maar op wat mensen vinden van het verleden. Geschiedenis wordt zo op veel verschillende manieren gebruikt. Mensen gebruiken het verleden zoals dat henzelf het beste uitkomt. Dit leidt vaak tot heftige discussies, zoals de huidige discussies over de vraag wie de veroorzakers van de eurocrisis zijn.

Maar het kan ook erger. Geschiedenis wordt niet alleen op de meest uiteenlopende manieren gebruikt, maar ook misbruikt. Het meest recente voorbeeld hiervan komt uit Israël. Op de laatste dag van 2011 demonstreerden ongeveer 1500 ultraorthodoxe joden voor meer rechten in Israël. De demonstranten protesteerden omdat er volgens hen in Israël steeds minder ruimte is voor de orthodox-joodse ideeën. De demonstratie haalde het wereldnieuws vooral vanwege de symbolen die de demonstranten gebruikten. Een aantal demonstranten droeg kampkleding, waarmee ze verwezen naar de Duitse concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog. Een aantal demonstrerende kinderen droeg naast kampkleding ook Jodensterren. En alsof het allemaal nog niet duidelijk genoeg was hield een jongetje zijn handen omhoog alsof er een wapen op hem gericht werd.

Veel joden reageerden geschrokken op de demonstratie. Minister van defensie Yossi Peled is zelf een overlevende van de Holocaust en vond de actie ‘schokkend en weerzinwekkend’. ‘Schokkend’ of ‘weerzinwekkend’ zijn hier nog understatements. Voor sommige gebeurtenissen is met de beste wil van de wereld geen logische verklaring te bedenken. Dit is er één van. Het is onbegrijpelijk dat er Joden bestaan die zoiets in hun hoofd durven te halen, en hier ook nog kinderen voor durven te gebruiken. Ze gebruiken symbolen die verwijzen naar de dood van meer dan zes miljoen van hun landgenoten. De Jodenster staat symbool voor de één van de meest verschrikkelijke gebeurtenissen ooit: de Holocaust. Dat hakenkruisen af en toe nog gebruikt worden is al erg. Maar dat er joden zijn, die Jodensterren en kampkleding gebruiken om hun eigen politieke doelen te bereiken gaat ieders bevattingsvermogen te boven. Het gebruik van deze beladen symboliek voor eigen doeleinden is de reinste vorm van geschiedvervalsing. Niets meer en niets minder. Wie zo met zijn geschiedenis omgaat heeft er helemaal niets van begrepen. Geschiedenis is dan ook geen doos waar iemand zo maar iets uit kan pakken wat hij of zij nodig denkt te hebben. Door een Jodenster te gebruiken laten orthodoxe joden zien iedere vorm van zelfrespect en respect voor hun eigen verleden te missen. Zelf heb ik bij mijn weten geen gebrek aan inlevingsvermogen, maar hier begrijp ik echt helemaal niets van.